|
De duizend grootste winstmakers betaalden amper 5,73 procent aan belastingen. Geen vennootschapsbelasting betalen kan perfect zonder als bedrijf buiten de lijntjes te kleuren. De mogelijkheden die de Belgische overheid biedt, zijn legio. Dat het gros van de Belgische bedrijven niet aan het officiële tarief van 33,99 procent belastingen op de winst komt, is al lang geen geheim meer. Ze hebben een hele rist alternatieven voorhanden om de belastingfactuur een flinke duw naar beneden te geven. De partij PVDA heeft de duizend Belgische vennootschappen geselecteerd die het voorbije jaar de meeste winst hebben gemaakt en kwam tot de conclusie dat ze gemiddeld slechts belast werden tegen een tarief van 5,73 procent.
De PVDA heeft ook een hitlijst gemaakt van de vijftig ondernemingen die vorig jaar de grootste korting genoten hebben. Zij werden gemiddeld belast tegen een tarief van 1,04 procent. De partij kijkt daarbij naar de belastingen die de vennootschap effectief betaald heeft en hoe hoog die belasting geweest zou zijn als het tarief van 33,99 procent was toegepast op de winst. Bij het opstellen van die hitlijst wordt wel enkel gekeken naar elke vennootschap individueel en niet naar haar situatie in een bedrijvengroep. Zo is het mogelijk dat een bepaalde vennootschap geen belastingen heeft betaald, maar dat door zustervennootschappen in de groep wel al belastingen werden betaald. In de hitlijst komen dan alleen de vennootschappen voor die niets betaald hebben, maar is geen spoor terug te vinden van de vennootschappen uit diezelfde groep die wel belastingen betaald hebben. Maar als ze al belastingen betaald hebben, is het goed mogelijk dat dat in het buitenland is gebeurd.
Zijn al die bedrijven belastingontduikers?
Helemaal niet. Al die ondernemingen kleuren, toch voor zover wij daar zicht op hebben, binnen de lijntjes van de wet. Maar de grote ondernemingen hebben de mogelijkheden om de beste adviseurs in te huren om zo dicht mogelijk tegen het lijntje te opereren zonder het te overschrijden.Ons land heeft altijd de ambitie gehad om zoveel mogelijk coördinatiecentra van bedrijvengroepen aan te trekken. Bedrijven waarlangs de activiteiten en de financiële stromen van een hele groep gestroomlijnd worden. Dat is ook de reden waarom in de top van het klassement nogal wat coördinatiecentra en holdings voorkomen.
Hoe ontsnappen die bedrijven dan aan belastingen?
Er zijn eigenlijk drie belangrijke belastingsystemen waar ze gebruik van maken. In eerste instantie gaat het om wat nogal technisch de 'aftrek definitief belaste inkomsten' (DBI) wordt genoemd. Het komt er op neer dat als binnen een bedrijvengroep een dochteronderneming winst heeft gemaakt en daarop is belast, de moederonderneming niet nog een keer belast wordt op het dividend dat ze krijgt dankzij die winst. De meeste landen kennen zo'n DBI-systeem.
Dat is de voornaamste reden waarom ExxonMobil Petroleum& Chemical helemaal bovenaan het lijstje prijkt. Het bedrijf maakte een miljardenwinst, maar het gros daarvan was afkomstig van de filialen in België, Hongarije, Nederland, Italië, enzovoort. Heel wat van de belastingen blijven dus in het buitenland plakken en ook de Belgische filialen betalen niet perse veel belastingen. Een van de Belgische filialen, de vennootschap ExxonMobil Belgium Finance, keerde in 2010 een half miljard uit aan de moedermaatschappij, maar betaalde belastingen tegen een tarief van 0,11 procent. Dit dankzij de notionele interestaftrek.
Die laatste kwam er in 2006 en laat bedrijven toe om ook een fiscale aftrek te genieten op de eigen middelen die ze in het bedrijf investeren en niet alleen voor de interesten die ze betalen op hun leningen. Een van de voornaamste gebruikers van dat systeem vorig jaar was ArcelorMittal Finance& Services Belgium, het coördinatiecentrum van de groep in ons land.
Hoog in het lijstje belastingvoordelen staat ook de vrijstelling van meerwaarden op aandelen. Als een groep aandelen koopt en nadien verkoopt, is er tot op vandaag geen enkele belasting op die winst. Ons land is hierin een unicum. Holdings zoals Frère-Bourgeois van Albert Frère zijn gretige gebruikers van die regel. Het is ook een van de redenen waarom Solvay dit jaar bovenaan de lijst staat. De groep verkocht onder meer haar farma-afdeling met een miljardenwinst, maar de meerwaarde op die verkoop is niet belastbaar.
Betalen onze bedrijven dan echt geen belastingen?
De werkgevers klagen steen en been dat ze gebukt gaan onder het fiscale juk, terwijl de cijfers van de PVDA een heel ander beeld geven. Het verhaal is dan ook genuanceerd. In de PVDA-cijfers zitten voornamelijk de grote bedrijven waar dikwijls aan fiscale spitstechnologie wordt gedaan. Maar ons land telt ook ontelbare kmo's die niet over die fiscale specialisten beschikken. Bovendien zijn er nog tal van belastingen buiten de vennootschapsbelasting, die de PVDA niet meerekent. Er zijn lokale belastingen, maar ook de lasten op het loon worden door de ondernemingen als belastingen beschouwd. Consultant PricewaterhouseCoopers berekent jaarlijks de gemiddelde belastingdruk voor een hypothetische kmo, uitgaande van àlle lasten, en kwam vorig jaar uit op een globale belastingdruk van 57procent.
Betekent de begroting-Di Rupo het einde van België als fiscaal paradijs?
Neen, maar sommige maatregelen zijn wel iets minder aantrekkelijk gemaakt. Zo werd de notionele interestaftrek wat afgetopt. Het aftrekpercentage wordt beperkt van 3,425 procent tot 3procent en het overdragen van niet-opgebruikte aftrekken wordt beperkt. Daarnaast zullen meerwaarden die gerealiseerd worden niet meer sowieso vrijgesteld zijn van belasting. De vrijstelling geldt voortaan enkel voor bedrijven die de aandelen minstens een jaar in handen hebben.
Bron: DS 01/12/11
De duizend Belgische vennootschappen met de hoogste winsten werden vorig jaar belast tegen een gemiddeld tarief van 5,73 procent.
De Belgen klagen steen en been over het belastingjuk. Maar voor sommigen is en blijft ons land een belastingparadijs. Vooral grote ondernemingen kunnen via fiscale spitstechnologie de belastingfactuur flink drukken en moeten daarvoor helemaal niet buiten de lijntjes kleuren. Zo blijkt uit berekeningen die de PVDA maakte. Ze selecteerde de duizend vennootschappen die vorig jaar de meeste winst maakten en keek hoeveel belastingen die betaald hebben. De totale winst van die duizend vennootschappen bedroeg 57 miljard euro. Maar ze betaalden daarop allemaal samen slechts 3,3 miljard euro aan belastingen: een tarief van gemiddeld 5,73 procent. Het officiële nominale tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt nog altijd 33,99 procent. Als dat tarief op die winsten zou zijn toegepast, was de belastingfactuur uitgekomen op 19,4 miljard euro. De duizend bedrijven hebben op die manier een fiscale korting van 16,1 miljard euro gekregen. De PVDA kijkt in haar studie wel enkel naar individuele vennootschappen en niet naar alle vennootschappen van een bepaalde bedrijvengroep. Zo kan het zijn dat bedrijven van eenzelfde groep die wel belastingen betalen, niet in de lijst opgenomen zijn. Bij de duizend grootste winstmakers zijn trouwens ook bedrijven die fors belastingen betaald hebben zoals Belgacom, Mobistar of Daikin Europe nv. Dat grote bedrijven weinig belastingen betalen, concludeerde de ontslagnemende minister van Financiën, Didier Reynders (MR), al een paar jaar geleden. Hij liet zijn administratie toen uitzoeken hoeveel vennootschapsbelasting de 500 grootste bedrijven van het land in 2008 gemiddeld betaalden en kwam op een percentage van 13,6 procent. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat die vennootschappen belastingen ontduiken. Ze maken gewoon handig gebruik van de fiscale mogelijkheden in ons land. Wat opvalt, is dat de bedrijven die hun belastingfactuur het meest gedrukt hebben, bijna allemaal een beroep doen op een van de drie volgende maatregelen of een combinatie ervan. De notionele interestaftrek - waarbij bedrijven een stukje van de eigen middelen die ze investeren fiscaal in mindering mogen brengen - is de eerste. In de nieuwe begroting-Di Rupo blijft die maatregel bestaan, maar ze wordt wel een beetje afgetopt. België is daarnaast een van de weinige landen waar meerwaarden op aandelen (bijvoorbeeld bij de verkoop van een dochter) onbelast blijven. Di Rupo wil nu wel een belasting heffen als de verkoop binnen een jaar gebeurt. Daarnaast staan in de top heel wat vennootschappen die dividenden ontvangen van dochterondernemingen, maar die dividendinkomsten zijn belastingvrij.
Lees ook:
Professor Michel Maus: 'Stommiteit van wetgever'
'De PVDA heeft een punt als ze aanklaagt dat de belastingdruk voor multinationals aan de lage kant is', zegt Michel Maus, hoogleraar belastingrecht aan de UA en de VUB, en advocaat bij Everest Law. 'Ze zijn beter georganiseerd dan kleine bedrijven, zodat ze aan internationale fiscale shopping kunnen doen.' 'Wel is het zo dat ze natuurlijk meer belastingen betalen dan alleen vennootschapsbelasting. En indirect wordt de winst belast via het personeel.' 'Het is een stommiteit van de wetgever dat dit mogelijk is. Kmo's en werknemers zitten wel in de hoek waar de klappen vallen. Het is zoals de schatrijke Amerikaanse hotelmagnaat Leona Helmsley zei: We don't pay taxes. The little people pay taxes.' 'Als wij rulings (onderlinge schikkingen, red.) afsluiten, merken we ook dat de fiscus veel toegeeflijker is voor grote bedrijven dan voor kleine. De overheid probeert het de grote bedrijven bewust zo gemakkelijk mogelijk te maken. België moet aantrekkelijk blijven op fiscaal vlak, maar het moet niet de spuigaten uitlopen. Nu is er sprake van overkill.' 'Wat ik de nieuwe regering zou adviseren? Het hele belastingstelsel grondig tegen het licht houden en alle onevenwichten eruit halen.'
 |