In totaal zullen ruim 100 personen de rechtszaak volgen. De advocaat van de verdediging begint met: “Ik sta hier in de arena van de pers omdat men het oneens is.” Het openbaar ministerie sprak stil en was voorbij de helft van de zaal heel slecht te verstaan. Er is een geluidsinstallatie, maar die stond niet op.
Het openbaar ministerie begon Steven onderuit te halen door de naam Muffinman, zoals hij dikwijls in de pers wordt genoemd, naast Superman en Spiderman te plaatsen. Later sprak hij nog van Robin Hood.
Hij trok de ‘goede bedoelingen’ van Steven in vraag. Hij had het steeds weer over vervallen voedsel dat Steven aan een voedselbank gaf (red. de muffins waren niet vervallen maar waren slecht gebakken en daarom niet verkoopbaar) en ging zelfs zover een vergelijking te maken met het leveren van vervallen medicijnen aan Afrika. Hij speelde duidelijk op de man. De zaal pikte dit niet en de rechter dreigde de zaal bij een volgende reactie van het publiek te laten ontruimen.
Dan was er ook nog een stuk bangmakerij van wat er wel allemaal boven ons hoofd hangt als voedsel uit een afvalcontainer halen niet strafbaar zou zijn.
Na de rechtszaak geeft de advocaat van de verdediging nog de volgende uitleg: “De muffins waren een weggegooid goed dat op dat ogenblik aan niemand meer toebehoort. De heer De Geynst heeft dat goed gevonden door er weliswaar naar te zoeken, maar het is duidelijk dat dat goed aan niemand meer toebehoort. Daarom kan het ook geen diefstal zijn, men kan niet stelen wat van niemand is.”
Over het arresteren door burgers, zegt de advocaat van de verdediging: “Bij heterdaad mag een burger iemand aanhouden. Maar alleen als er aanwijzingen van schuld van een diefstal zijn en dat vind ik hier niet want het is de persoon die het zelf heeft weggegooid die zegt dat ‘er aanwijzingen van een diefstal’ zouden zijn. De eerste gedachte van de supermarktuitbater is een economische gedachte geen strafrechtelijke.”
Over het openbaar ministerie zegt de advocaat van de verdediging: “De advocaat-generaal is een zeer onderlegd man met zeer veel juridische kennis, hoewel ik vond dat hij de bal mis begon te slaan toen hij het had over de gevolgen. Dat heeft er niets mee te maken. Alles draait rond: ‘is het diefstal ja of nee?’ En als men dan vanuit het openbaar ministerie het Hof van beroep onder druk zet met ‘als je dit toelaat!’, dat is verkeerd. Men moet rekening houden met de betichting die op dat moment op tafel ligt en dat is diefstal en diefstal is het volgens mij niet.”
Op 8 februari volgt de uitspraak.